Doel van TESAR

Colorectaal kanker is de derde meest voorkomende kanker in Nederland met 13,500 nieuwe gevallen per jaar, in ongeveer een derde hiervan betreft het een carcinoom van het rectum. Met de introductie van het landelijke screeningsprogramma is de verwachting dat dit aantal de komende jaren zal toenemen en dat er met name een hoger aantal vroeg stadium carcinomen gediagnosticeerd gaat worden.
De huidige therapie voor het rectumcarcinoom is een grote operatie: de radicale totale mesorectale excisie (TME). De radicale TME procedure (lage anterieure resectie/ abdominoperineale resectie) gaat gepaard met een morbiditeit tot 33% (DSCA 2013) en bij oudere fragiele patiënten met een mortaliteit (binnen 90 dagen) tot 9% (DSCA 2013). Op de lange termijn geven patiënten een lagere kwaliteit van leven aan. Dit komt onder andere door; defecatie problemen, incontinentie, seksuele disfunctie en stoma gerelateerde morbiditeit. Deze nadelen van de radicale TME procedure zijn acceptabel wanneer radicale chirurgie de enige optie van behandeling is, echter zijn er voor het rectum carcinoom gedurende afgelopen jaren meerdere nieuwe, mindere invasieve en rectum sparende behandelmodaliteiten ontwikkeld.

De rectum sparende behandeling heeft een aanzienlijk lagere morbiditeit dan de radicale TME procedure, echter is er nog onvoldoende bewijs over de oncologische veiligheid en met name het risico op het lokale recidief. Het verkregen pathologische tumorpreparaat geeft de meeste informatie over tumorstadium, tumoreigenschappen en differentiatiegraad van de tumor.

Voor het vroeg stadium rectum carcinoom met goede kenmerken en daardoor lage kans op een recidief wordt lokale excisie als oncologisch veilig gezien. Echter voor vroegstadium rectum carcinomen met slechte kenmerken en dus een hoger risico op recidief is er geen consensus over de behandeling aanvullende aan de lokale excisie. Volgens de Nederlandse richtlijn krijgen deze patiënten een aanvullende TME procedure na een lokale excisie. Terwijl voor deze subgroep van patiënten een rectum sparende therapie met aanvullende chemoradiotherapie wellicht ook oncologisch veilig is. Echter is de huidige literatuur hierover inconclusief. Vandaar dat we in de TESAR trial, patiënten behorend tot bovengenoemde subgroep, willen randomiseren na lokale endoluminale exicisie van een vroegstadium rectumcarcinoom tussen aanvullende TME (standaard) en adjuvante chemoradiatie (interventie). Het primaire eindpunt is het lokale recidief na 3 jaar follow-up.