Doel van TESAR

Colorectaal carcinoom is de derde meest voorkomende kanker in Nederland met 13,500 nieuwe gevallen per jaar, in ongeveer een derde hiervan betreft het een carcinoom van het rectum. Door de implementatie van het landelijke bevolkingsonderzoek worden rectumcarcinomen in een vroeger stadium gediagnosticeerd.
De huidige therapie voor het rectumcarcinoom is een grote operatie: de radicale totale mesorectale excisie (TME). De radicale TME procedure (lage anterieure resectie/ abdominoperineale resectie) gaat gepaard met een morbiditeit tot 33% en bij oudere fragiele patiënten met een mortaliteit tot 9%. Dit kan leiden tot een substantiële verslechtering van kwaliteit van leven. Dit komt onder andere door; defecatie problemen, incontinentie, seksuele dysfunctie en stoma gerelateerde morbiditeit. Deze nadelen van de radicale TME procedure zijn acceptabel wanneer radicale chirurgie de enige optie van behandeling is, echter zijn er voor het rectum carcinoom gedurende afgelopen jaren meerdere nieuwe, mindere invasieve en rectum sparende behandelmodaliteiten ontwikkeld.

Rectumsparende behandelingen hebben een aanzienlijk lagere morbiditeit ten opzichte van de radicale TME procedure. Echter is er nog onvoldoende bewijs ten aanzien van de oncologische veiligheid en met name het risico op lokaal recidief. De pathologische beoordeling van het tumorpreparaat geeft de meeste informatie over het tumorstadium, de tumoreigenschappen en daarmee het risico op recidief.

Voor het vroegstadiumrectumcarcinoom met gunstige kenmerken en daardoor lage kans op een recidief wordt lokale excisie als oncologisch veilig gezien. Echter voor vroegstadiumrectumcarcinomen met slechte kenmerken en dus een hoger risico op recidief is er geen consensus over de beste behandeling na een lokale excisie. De Nederlandse richtlijn adviseert een aanvullende TME procedure na een lokale excisie. Terwijl voor deze subgroep van patiënten een rectum sparende therapie met aanvullende chemoradiotherapie wellicht ook oncologisch veilig is. Echter is de huidige literatuur hierover inconclusief.

In de TESAR trial worden patiënten met een vroegstadiumrectumcarcinoom met een intermediair risco op recidief na lokale excisie gerandomiseerd tussen aanvullende TME (standaard) en adjuvante chemoradiatie (interventie). Het primaire eindpunt is het lokale recidief na 3 jaar follow-up.